Burgerschap in de praktijk: waar lopen scholen tegenaan?

Volgens minister Slob is het slecht gesteld met het burgerschapsonderwijs op scholen. Er wordt weliswaar van alles gedaan, maar er mist samenhang tussen alle lessen en activiteiten. Slob wil daarom de burgerschapswet aanscherpen. Maar wat vinden scholen zelf? Waar lopen zij tegenaan bij het invoeren van burgerschapsonderwijs? Tijdens haar traineeship bij Creathlon zocht Daphne van Breemen het uit voor haar praktijkonderzoek* en bevroeg elf scholen naar hun ervaringen met burgerschap.

 

Een sollicitatiebrief schrijven. Nepnieuws leren onderscheiden. Leren dat de wereld groter is dan de school. Het zijn zomaar wat voorbeelden van wat leerlingen moeten leren binnen burgerschap, volgens de elf geïnterviewde VO-scholen. Het laat al zien hoe breed de burgerschapsopdracht geïnterpreteerd wordt.

 

Vergelijkbare definities

Toch zijn er ook overeenkomsten te vinden. De scholen vinden dat burgerschap gaat over het vormen van je eigen identiteit en ideeën, het omgaan met elkaar, en het vinden van je plek in een geglobaliseerde en grotendeels digitale wereld. Hoewel de ene school meer nadruk legt op persoonsvorming en een andere school op de plek van de leerling in de maatschappij, geven scholen vergelijkbare definities van burgerschap.

 

Stuur ons!

Hoe komt het dan dat burgerschap er op scholen zo verschillend uitziet? Inderdaad, scholen hebben behoefte aan sturing. Niet alleen hebben docenten behoefte aan duidelijke normen en kaders vanuit de overheid, zij vinden dat ook hun schoolleiding een duidelijker beleid moeten vormen. Een meerderheid van de ondervraagde docenten noemt het gebrek aan kaders een probleem.

 

Niemand verantwoordelijk

Het grootste probleem is echter dat niet iedere docent zich verantwoordelijk voelt voor burgerschap. Vaak zijn er een paar enthousiaste kartrekkers, maar zij hebben al snel het gevoel dat ze er alleen voor staan. Burgerschap is de verantwoordelijkheid van iedereen, maar daarmee in de praktijk al snel van niemand, of van slechts een paar bevlogen individuen.

 

Geen tijd

Daarmee samen hangt de tijd die docenten krijgen. Naast alle andere dingen die er moeten gebeuren, blijft er weinig tijd over om ook aan burgerschap te doen. Tenzij het natuurlijk al mooi aansluit bij de inhoud van een vak, zoals het schrijven van die sollicitatiebrief bij Nederlands, of het uitleggen van de democratie bij maatschappijleer. Maar wil je dat een wiskundedocent of leraar Duits ook aandacht besteedt aan burgerschap, zal hij daar tijd voor moeten krijgen.

 

Hoe halen we een 10?

De geïnterviewde docenten geven hun scholen gemiddeld een 6,5 als het gaat om burgerschapsvorming. Of de aangescherpte wet zal zorgen dat dit cijfer richting een 9 of 10 gaat? Het zal in ieder geval zorgen voor de broodnodige kaders. En als de wet zorgt dat burgerschap minder vrijblijvend wordt, zullen ook meer docenten zich verantwoordelijk (moeten) gaan voelen. Want burgerschap is niet de taak van een of twee bevlogen docenten, maar van de hele school.

 

* Het doel van het praktijkonderzoek was om een beter beeld te krijgen van wat er speelt op het gebied van burgerschap onder docenten en schoolleiders. Het onderzoek is uitgevoerd onder 11 VO-scholen, verspreid door het hele land. Per school zijn zowel docenten als schoolleiders (directeuren, rectoren of afdelings- en teamleiders) geïnterviewd. Eerst is er gevraagd naar hun visie op burgerschap, en vervolgens naar de problemen waar zij tegenaan lopen op het gebied van burgerschapsvorming. Benieuwd naar de resultaten? Stuur ons een mailtje op info@creathlon.nl en wij sturen ze naar je op!

 

Over Maxine Herinx

Maxine is projectleider VO en materiaalmaker bij Creathlon.

Laat een Reactie Achter